terug naar Watersnood

IJssel- en Lekstreek      woensdag 13 januari 1993  pagina 7

Eerst moet het kalf verdrinken

STREEK - Het bekende spreekwoord, waarnaar in de kop boven dit artikel verwezen wordt, is zeer zeker van toepassing op de snelheid waarmee de al jarenlang bestaande plannen voor afdamming van de Hollandsche IJssel worden gerealiseerd. Met als resultaat dat in 1993 het 35-jarig bestaan van de Alerabrug en stormstuw kan worden gevierd.
Nauwelijks een maand na de watersnoodramp besluit ‘Den Haag’, dat op korte termijn aan de uitvoering van het plan moet worden gewerkt. Een plan dat reeds voor de Tweede Wereldoorlog op papier was gezet en dat neerkomt op het realiseren van dammen en sluizen in de belangrijkste zeearmen van de Zeeuwse en Zuidhollandse eilanden, later bekend geworden als het Deltaplan.

Vaste oeververbinding
Voor Krimpen komt daar dan nog bij de mogelijkheid van een goede vaste verbinding, waardoor de Krimpenerwaard kan worden ontsloten. Er wordt in de berichtgeving gesproken over het verhogen van de dijken, berekend op een hoogwaterpeil van 4.10 tot 4.25 boven NAP. Eind 1953, terwijl de mannen van de fa. Gouwens de laatste hand leggen aan het herstel en de ophoging tot 4.10 m van de dijken, waarvoor 30.000 m3 klei wordt aangevoerd, blijken de plannen zover gevorderd, dat meegedeeld kan worden dat de Hollandsche IJssel over drie jaar afgedamd zal zijn en dat er over vijf jaar een vaste oeververbinding is.

 

Verhoging veertarief
Een reden temeer om haast te maken met de plannen voor een vaste oeververbinding is het gegeven, dat de eigenaren van het veer tussen Capelle en Krimpen besloten hebben tot een veertarief-verhoging met 20 pct. Waardoor deze komt op 5 cent voor een volwassene en 18 cent voor een personenauto. Een weekabonnement kost 30 cent per persoon. Bij nacht, ijsgang en stormweer dubbel tarief.
In de editie van 24 december 1953 komt de IJssel- en Lekstreek op de gehele voorpagina met het volledige plan van de stuw en brug. Nog in 1954 wordt begonnen met de aanleg, nadat al vanaf maart 1953 door deskundigen van Rijkswaterstaat onderzoek naar de kwaliteit van de bodem van de rivier is gedaan. Die blijkt zeer slecht.

IJsselboulevard
Op papier ziet het eerste werk van de Deltawerken, dat in uitvoering genomen wordt, er fantastisch uit. De Krimpense oever krijgt zelfs een boulevard. Gevreesd wordt overigens wel dat die een aanleg- plaats voor de scheepvaart zal worden, inclusief walkantoortjes en opgeslagen goederen die op verscheping wachten.
Bij de bouw van de sluis wordt rekening gehouden met de breedte van de schepen die bij Vuyk b.v. gebouwd zullen worden. Overigens was er op dat moment nog geen sprake van een Algeraweg en rotonde Capelseplein. De brugafrit sloot slechts aan op de Ketensedijk. Aan Krimpense zijde was dat op de al aangelegde provinciale weg naar Schoonhoven, die eindigde ter hoogte van de Oude Tiendweg.

 

Niets aan de hand?

CAPELLE - Ook in Capelle begon het die zaterdagavond heel gewoon. Er was extra hoog tij voorspeld, dus brachten de dijkbewoners hun spullen vanuit de onderhuizen in veiligheid. Vloedplanken werden voor deuren en doorgangen geplaatst. Er werd wacht gehouden en het leek een routine-stormnacht te worden. Tot het moment dat men zich realiseerde dat na de hoogste waterstand van zaterdagavond het waterpeil niet zakte. Omdat de noord-westen wind zeer krachtig was werd men toch wel enigszins ongerust. De wind bleef het water opstuwen, terwijl dat, zoals wellicht bekend niet wegkan. De Hollandsche IJssel loop wordt immers steeds smaller richting Gouda. Enkele mensen van gemeentewerken plaatsten voor alle zekerheid vloedplanken bij de Kerkesteeg. Om elf uur ‘s avonds was het waterpeil nauwelijks 15 centimeter gezakt.

Optreden geboden
Burgemeester J. van Dijk had zich inmiddels al van de toestand op de hoogte gesteld en hij concludeerde dat handelend optreden geboden was. Begonnen werd met telefoneren naar het Hoogheemraadschap van Schieland. De deskundigen daar vonden bijzondere maatregelen niet nodig. Het werd weer vloed en het water steeg onrustbarend: De burgemeester besloot om dan zelf maar maatregelen te nemen. De directeur gemeentewerken en opzichter Van Damme kwamen uit Rotterdam op een moment dat op de Ketensedijk het water al over de dijk stroomde. Aan de binnenzijde zorgde een kletterende waterval ervoor, dat het talud afkalfde. Grote stukken dijk verdwenen.
 

Handelend optreden, en snel, was geboden. Omdat niemand als eerste met een zak zand op zijn rug de overstromende dijk op durfde te stappen, besloten de heren Van Damme en Van Herk als eersten te gaan. Over een lengte van zo’n 40 meter was nauwelijks nog te zien waar de rivier eindigde en de dijk begon. Staande in een 30 centimeter hoge kolkende stroom gooiden zij de zakken zand neer, die anderen aanreikten. Gelukkig kreeg men spoedig daarna hulp, onder andere van Mariniers uit Rotterdam.

Voorbeeld geven
Een stukje verder waren het met name de heren Van der Wal en Herpst die ter hoogte van het Veer van de Ruit het voorbeeld gaven. Ook in Keten, tegenover Van der Giessen, hadden de golven een makkelijke prooi aan de daar onlangs aangebrachte verse klei-glooiing.
De gehele zondag was het hierna een drukte van belang op de Ketensedijk en Nijverheidsstraat. In eindeloze colonnes reden vrachtwagens af en aan en zorgden duizenden handen ervoor dat de dijk nog voor het aanbreken van de volgende vloed weer goed op hoogte was.
De leden van het korps Rijkspolitie deden wat ze konden en de mannen van de vrijwillige brandweer kwamen in actie om de vele ondergelopen kelders leeg te pompen.
Ook in Kralingseveer was de situatie tamelijk hachelijk. Toen om half zes de dijk van de Stormpolder en bij Ouderkerk doorbrak, zakte het water op de Schaardijk enigszins. Ook hier maakten vele handen licht werk en werden de 40.000 door Albatros beschikbaar gestelde zakken gevuld door honderden vrijwilligers en militairen.