terug naar onderwerpen Nieuwsbrieven

uit Nieuwsbrieven


De Johanna Maria hoeve – IJsseldijk 218-220

De werkgroep “Boerderijen” houdt zich, zoals de naam al zegt, bezig met de geschiedenis van de oude boerderijen in Krimpen aan den IJssel, die dan ook meestal aan de IJsseldijk gelegen zijn.

Nico v.d. Hoek en Jan Poelman verdiepten zich in de monumentale boerderij met voorliggend herenhuis aan de IJsseldijk 218.

Al voor 1832 was de boerderij aan de IJsseldijk 218-220 in eigendom van Cornelis van de Rotte, die hier ook veehouder was. Cornelis van de Rotte en zijn vrouw, Geertje Jongebreur, kregen maar liefst zes dochters: Adriaantje, Pieternella Centijna, Johanna Maria, Pieternella Elisabeth, Grietje en Anna. Er was geen zoon als opvolger, maar doordat dochter Johanna Maria trouwde met Leonardus Kooij (uit Gouderak), werd die veehouder op de boerderij. En vermoedelijk is dan ook in die periode een nieuw woonhuis aan de stal gebouwd, met daaraan verbonden de naam van de echtgenote “Johanna Maria”.

 

Leonardus Kooij - geboren 1-03-1815 te Gouderak; overleden 17-11-1892 te Krimpen; gehuwd met Johanna Maria v.d. Rotte

Leonardus Kooij, die geboren was op 1 maart 1815, was een welgestelde boer en (in 1867) de grootste veehouder van Krimpen, in het bezit van wel 48 beesten. Daarnaast was hij ook wethouder in Krimpen aan den IJssel.

De zoon van Leonardus Kooij en Johanna Maria, t.w. Cornelis Geertjenis André, trouwde met ene Teuntje Verduin en erfde uiteindelijk de boerderij, samen met nog vier boerderijen in Krimpen aan den IJssel, alle aan de IJsseldijk, de nummers 212, 200, 190, en 58. Vermoedelijk is deze zoon Cornelis geen veehouder geweest, want hij woonde aan de Oosthaven in Gouda. Hij heeft echter wel altijd een kamer gehouden in de boerderij IJsseldijk 218 en van daaruit inspecteerde hij enkele malen per jaar zijn landerijen en gebouwen.

 

 

Hij kwam dan per rijtuig uit Gouda en nam zijn intrek in de voor hem ingerichte kamer. Deze kamer is nog steeds aanwezig in het pand. Een pachtwet bestond toen nog niet, een boerderij werd gewoon per jaar verhuurd. Als een pachter zijn plichten verzaakte of zijn land niet goed onderhield, moest hij zonder pardon van de boerderij af.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

naar boven

                                                    

Cornelis Geertjenis Andre Kooij geboren 23-09-1847 te Krimpen aan den IJssel; overleden te Gouda op 07-02-1919; gehuwd met Teuntje Verduijn. Teuntje Verduijn geboren 07-11-1852 of 1854; overleden te Gouda op 13-04-1936; gehuwd met Cornelis Geertjenis Andre Kooij.

Deze Cornelis Geertjenis André Kooij en zijn vrouw Teuntje Verduin kregen ook weer dochters, vier stuks om precies te zijn: Johanna Maria (zij werd arts, in Utrecht), Grietje (zij trouwde met ene Matheus Marinus den Hartog, dominee te ’s- Gravenhage), Anna (zij trouwde Antonie Willem van Beek, arts te Bodegraven) en Adriana Wilhelmina (getrouwd met Jan Frederik Paul, arts te Waddinxveen). Na het overlijden van Cornelis Geertjenis André Kooij op 7 februari 1919 werd de boerderij IJsseldijk 218 geërfd door de derde dochter, Anna, en haar man Antonie Willem van Beek.

Net zoals de vader van Anna al deed, verhuurde zij de boerderij (aan de familie Teeuwen) totdat ze uiteindelijk de gehele boerderij verkocht aan Frans Stolwijk uit Bodegraven. De laatste heeft hier verder geboerd tot aan het moment dat de boerderij werd overgenomen door de gemeente Krimpen aan den IJssel, in verband met uitbreidingsplannen.

Het monumentale pand zelf werd na de aankoop door de gemeente weer doorverkocht aan de heer Arie Kasbergen, die er een architectenbureau in is begonnen. Nog wat later verkocht hij het woongedeelte aan de familie Kuipers en verbouwde hij de stal als woning voor zichzelf. De familie Kuipers woont er nog steeds, maar na het overlijden van Arie Kasbergen is de verbouwde stal verkocht aan de familie A.A.Heij, die er nu woont.

 

NIEUWSBRIEF   juni 2011