terug naar Lezingen

   
  terug naar overzicht Nieuwsbrieven    
   
Monumentendag
Op zaterdag 11 September werd Monumentendag in Streekmuseum Crimpenerhof geopend door wethouder van kunst en cultuur Mevr. van Deijk-Den Hartog en historicus/HKK lid Jan de Jong.

Vanwege het thema van dit jaar: "Merck toch hoe sterck" hield Jan de Jong een soort toespraakje in de vorm van een act. Gekleed in een oud musketierskostuum beeldde hij uit de toenmalige secretaris van het gerecht van Crimpen opt IJsselle en hoogeheemraad van de Crimpenerweert, Joost Ariensz. Schiltman.

In diens hoedanigheid van ooggetuige en direct betrokkene vertelde hij de aanwezigen over de benarde situatie in het Rampjaar 1672. Al aan het begin van dat jaar dreigde Frankrijk de Republiek binnen te vallen. De Staten van Holland namen toen twee maatregelen:
Allereerst een algemene mobilisatie van huislieden en leden van de burgerwacht. De Staten bepaalden in februari 1672 dat alle weerbare mannen in de leeftijd van 18 tot 60 jaar onder de wapenen moesten komen. Ze zouden worden uitgerust met zijdt-geweren, musquetten en halve spiesen. In mei diende het bestuur van Krimpen te Gouda te verschijnen om uitleg te geven over de genomen maatregelen en de lijst van weerbare mannen mee te brengen. Die lijst van 110 inwoners is overigens bewaard gebleven.

Ten tweede besloten de Staten tot het openen van sluizen en het doorsteken van dijken om het land onder water te zetten. Tegenwoordig noemen we dat de Oude Hollandse Waterlinie. Een groot gebied tussen Amsterdam en Gorkum werd zo'n 30 cm onder water gezet om daarmee een vijandelijk leger tegen te houden.

Het doorsteken van de Lekdijk vond plaats tussen Schoonhoven en Willige Langerak, onder verantwoordelijkheid van de onderbevelhebber van het Staatse leger, de graaf van Louvignies. Ongetwijfeld zullen de Krimpense boeren dit niet plezierig hebben gevonden. Misschien werd deze maatregel dan ook gesaboteerd door het land toch te bemalen.

Begin juni viel het Franse leger de Republiek daadwerkelijk binnen. Door de waterlinie en het natte zomerweer kwamen de troepen onder andere niet verder dan Schoonhoven. In augustus trok het leger zich terug op Utrecht. Omdat er door de regenval een hoge rivierwaterstand werd verwacht, met mogelijk verder overstromingsgevaar voor de Krimpenerwaard, werkte men rond die tijd met man en macht aan het herstel van de Lekdijk. Ook tien inwoners van Krimpen waren daarbij betrokken

Foto's: Wethouder Mevr. van Deijk-Den Hartog en historicus / HKK lid Jan de Jong openen Monumentendag 2004

foto's: A.T. de Vreede - September 04

 

NIEUWSBRIEF   oktober 2004