|
|
terug naar aandacht voor monumenten |
| 18 juni 2009 | Opmerkingen van de Historische kring Krimpen in de discussie over monumentenbeleid |
|
Geachte leden van de commissie Samenleving,
Hierbij geeft de vereniging Historische Kring Krimpen haar commentaar op de discussienota die het college van B&W u gezonden heeft.
Een van de overwegingen in de motie die de raad op 11 december 2008 heeft aangenomen en waarin om een discussiestuk is gevraagd is:
“ (overwegende dat) de raad, mede gelet op ervaringen in het recente verleden, zich zorgen maakt of dat beleid voldoende bescherming biedt tegen onomkeerbare feiten waarbij mogelijke monumentale en/of waardevolle cultuurhistorische objecten aangetast of zelfs verloren kunnen gaan”
De centrale vraag is dus of in de discussienota deze zorgen van de raad worden weggenomen.
Ten eerste is de stelling van het college dat monumentenbeleid een onderdeel is van een breder cultuurhistorisch beleid, welke weer onderdeel is van een breder cultuurbeleid. (discussiepunten 1 en 2). Tegen deze stelling valt niets in te brengen, maar het volgen van een dergelijke lijn neemt vele jaren. Bovendien vermeld de adviesnota aan het college dat voor het vaststellen van cultuurhistorische waarden bijvoorbeeld, een klein onderdeel van het geheel, geen ambtelijke capaciteit aanwezig is. Dit doet vrezen dat er nog een lange weg te gaan is.
De stelling in de discussienota is ook dat er geen beleidswijzigingen nodig zijn en dat de raad zich dus ten onrechte zorgen maakt. Sterker nog: in feite voldoet Krimpen al geruimte tijd aan de nieuwe visie van OCW op het gebied van monumentenzorg. Een vooruitziende blik dus!
Naar de mening van de HKK echter is er nog steeds wel degelijk aanleiding tot zorg om het behoud van het cultuurhistorisch erfgoed. Zo wordt in de nota op geen enkele manier duidelijk gemaakt welke instrumenten de gemeente heeft om monumentwaardige panden (niet behorend tot de categorie rijksmonumenten) te behoeden voor sloop of ernstige verwaarlozing. Ook is omhelder of het zware welstandsinstrumentarium altijd kan verhinderen dat beeldbepalende elementen van die panden worden aangetast. De HKK stelt vast dat van haar (uitgebreide) lijst in zes jaar al veel verdwenen of ernstig aangetast is. Tenslotte is het voor de HKK de vraag of zoals in de nota wordt beweerd alle monumentwaardige panden liggen in het gebied langs de IJsseldijk en Oud-Krimpen. We kennen in elk geval één woonhuis dat buiten beide gebieden ligt, te weten de vroegere directeurswoning bij de scheepswerf van Van der Giessen in de Stormpolder. Niet alleen architectonisch interessant (voorbeeld van het moderne bouwen uit de jaren dertig) maar ook cultuurhistorisch (woonhuis van de directeur naast het bedrijf is iets wat kenmerkend is voor een bepaalde van de industriële ontwikkeling in Nederland).
Voldoende redenen dus om te twijfelen aan de stelling dat er geen reden tot zorg zou zijn.
Dat zelfde geldt overigens ook voor de archeologische waarden in de bodem. In de nota wordt niet duidelijk gemaakt hoe die adequaat worden beschermd. In de modelverordening van de VNG wordt ook een
hoofdstuk gewijd aan de instandhouding van archeologische terreinen.
Het monumentenbeleid in Krimpen in relatie tot de nieuwe visie van OCW
In de discussienota wordt gesteld dat Krimpen met haar beleid reeds voldoet aan de nieuwe visie van OCW. (discussiepunt 5b(?)) Om de juistheid van deze stelling na te gaan hebben we drie vragen onderzocht:
Wat is de status van deze nieuwe visie? Aan welke voorwaarden moet worden voldaan voordat sectorale regelgeving (uit de sector monumentenzorg) kan worden teruggedrongen.? Welke sectorale wetgeving wordt dan geschrapt (en welke niet)?
De status van de nieuwe visie Volgens mededelingen van het ministerie betreft het hier geen definitief beleidsplan maar een voorstel waarover discussie mogelijk is. In de loop van juni zal aan de hand van de inmiddels binnengekomen reacties de visie worden omgezet in een beleidsbrief. Vervolgens is er een wetgevingstraject nodig, waarna e.e.a. op z’n vroegst in 2011 in werking zal treden. De stelling dat men nu reeds aan (nog onbekende wetgeving) voldoet is dus op z’n minst voorbarig te noemen.
Voorwaarden voor terugdringen regelgeving In de visie van de minister kan het aan monumenten gebonden instrumentarium pas worden verkleind als cultuurhistorie tot een belangrijk element in de procedures ruimtelijke ordening is gemaakt (en daarvoor, zie boven) is wetgeving nodig. Ook hier is in de nota dus sprake van een voorbarige stellingname waarbij monumentwaardige panden (niet zijnde rijksmonumenten) aan hun lot worden overgelaten.
Verdwijnt de monumentenvergunning? In de nota van de gemeente wordt de suggestie gewekt als zou de minister bepleiten dat de monumentenvergunning verdwijnt . In discussiepunt 7 staat te lezen dat de invoering van een sectoraal vergunningenregime in strijd zou zijn met de nieuwe visie en in de begeleidende adviesnota aan het college staat dat de nieuwe visie ervan uitgaat dat monumenten ook zonder een vergunningstelsel kunnen worden beschermd.
In de visie van de minister wordt echter de monumentvergunning helemaal niet afgeschaft (hij is natuurlijk niet zo gek om het kind met het badwater weg te gooien). De procedure zal worden vereenvoudigd, maar dat is wat anders dan het afschaffen van het vergunningenstelsel!
Wat in de visie van de minister verdwijnt is het aanwijzen van beschermde stads- en dorpsgezichten, maar het vergunningenstelsel blijft, zij het vereenvoudigd , gehandhaafd.
|
|
|
Hoe verder.
Het voorstel van de HKK blijft om de monumentverordening van de gemeente op minimaal twee punten in overeenstemming te brengen met de modelverordening van de VNG, te weten:
Daarbij kan de gemeente een stimulans voor de eigenaren inpassen door een vorm van stimuleringsbijdrage in het leven te roepen. Voorbeelden uit omliggende gemeente tonen aan dat men een relatief bescheiden budget van € 30.000 à € 40.000 al een aardig resultaat kan boeken.
Als er twijfel mocht blijven bestaan, stelt de HKK voor op korte termijn de proef op de som te nemen: Er wordt een extern deskundige ingeschakeld (bijv. van de Stichting Dorp. Stad en Land). In een gezamenlijk overleg gemeente, extern deskundige en de HKK wordt uit onze eigen lijst met monumentwaardige panden er 10 of 15 geselecteerd. Vervolgens wordt per pand nagegaan welke bescherming is nu is tegen sloop, verwaarlozing en ingrijpende verbouwing. Over de resultaten wordt vervolgens gerapporteerd aan de raad. Op deze manier kan helder worden of en in hoeverre de raad zich terecht zorgen maakt. |