terug publicaties Klinker

overgenomen uit de KLINKER nr 4, oktober 2011

    

  Officieel document van Willem III.
   
  Op 2 augustus van dit jaar was het 150 jaar geleden dat Krimpen kerkelijk zelfstandig werd. Dat was in en boeiende periode, waarin veel gebeurde. Zo kwam er een Krimpense school. En nog maar net er voor, in 1855, waren Krimpen en Stormpolder samengevoegd tot één gemeente. Hoe kwamen we eigenlijk aan onze eerste eigen kerk?
 
De kerkelijke situatie voor 1861


In de Krimpenerwaard stond zeker niet in elk dorp een kerkgebouw. Zo hoorden de gemeenten Krimpen aan den IJssel en Stormpolder bij de kerk van Ouderkerk. Dat was een rooms-katholieke kerk. Tot de Reformatie die in 1517 begon, want daarna veranderde ook in de Krimpenerwaard geleidelijk aan alles. Door het aanstellen van de eerste predikant, Johannes Gerhardi, in 1579, sloot Ouderkerk zich zonder veel problemen aan bij de kerken van de Reformatie. Vanaf toen waren Krimpenaren dus officieel gereformeerd. Later werd dat Nederlands hervormd genoemd.
 

De burgerlijke situatie voor 1861

Ook toen al groeiden de gemeenten Stormpolder en Krimpen sterk. Krimpen had bijvoorbeeld in 1817 wel 555 inwoners en Stormpolder 165. Bij de volkstelling van 1829 waren dat er al 846 en 218. Bij het samengaan van deze gemeenten in 1855 bleken er tussen de 1450 en 1500 mensen te wonen! Niet vreemd dus dat men geleidelijk behoefte kreeg aan volledige zelfstandigheid. Er kwam dan ook steeds meer weerstand om zaken gemeenschappelijk met Ouderkerk te regelen. Krimpenaren wilden een eigen brandweer, een school en, om niet meer te noemen, dus ook een kerk.

 

De dorpskerk in Ouderkerk aan den IJssel.
 


Groeien naar zelfstandigheid

Dat men een eigen kerk wilde was eigenlijk het meest begrijpelijk. Stel je voor dat je vanaf de Lekdijk, of vanuit de Stormpolder naar de kerk wilde. Een enkeling had de beschikking over een koetsje, dus dat was te doen. Maar het merendeel van de bevolking moest lopen over toen nog onverharde wegen, vermoeid van een lange en zware werkweek. Zeker bij regen of sneeuw geen aanlokkelijke kerkgang. En dat werd helaas dus ook niet gedaan. Uit diverse bronnen is bekend dat van de zeg maar 1400 inwoners, 98% tot de Hervormde Kerk behoorde, maar in de kerk zelf telde men maar een handjevol! Eigenlijk herkende je de signatuur pas bij dopen, trouwen en begraven. Volgens enkele (objectieve?) bronnen was er in ons mooie dorp sprake van “een laagstaand geestelijk en zedelijk peil van de bevolking”.

De roep om een eigen kerk

Dat er ook bij de overheid werd aangedrongen op toestemming om een eigen kerk te stichten, blijkt wel  overduidelijk uit het volgende. Jaarlijks maakte burgemeester van Walsum voor het ministerie een overzicht. Onder het kopje kerkelijke zaken meldt hij in 1853: “Slechts ééne kerkgemeente namelijk de Protestantsche bestaat in deze gemeente onder den naam van de kerkgemeenten van Ouderkerk- Krimpen aan den IJssel en Stormpolder. Zij heeft slechts één dienstdoende leeraar, ofschoon die gemeente ruim 3000 leden telt.

 

Velen verlangen, en naar het oordeel van het gemeentebestuur met regt, dat deze gemeente in het bezit van een eigen bedehuis en een eigen leeraar gesteld worden, waartoe pogingen in het werk gesteld worden.”
 
Hier blijft het niet bij, want op 27 mei 1854 wordt “een commissie ter bevordering der stichting ener kerk en predikantswoning van de Hervormden in de gemeente Krimpen aan den IJssel en Stormpolder” ingesteld. Deze commissie heeft zich kennelijk danig geroerd, want al na zeven jaar werd, ondanks de lange, onmogelijke naam, haar wens wel vervuld.

 

 



Zo zagen de kerk en de pastorie er uit toen ze in gebruik konden worden genomen.


Het Koninklijk Besluit no. 85 van 2 augustus 1861
  De school waarin men de eerste vier jaar diensten belegde.












Het noorderportaal, uit 1661, van de kerk in Ouderkerk met het wapen van Krimpen aan den IJssel.
 

Bij Koninklijk Besluit werd door Koning Willem III bepaald dat de inwoners van Krimpen aan den IJssel een eigen kerk met pastorie en predikantsplaats mochten hebben. De scheiding tussen kerk en staat was in de Franse tijd nog niet zover doorgevoerd, dat de overheid niets meer met kerkelijke zaken te maken had. Zo zegde men, naast voorgaande beslissing, boven het landstraktement van 500 gulden per jaar voor de predikant nog een extra vergoeding van 300 gulden toe. Nu kon ook een kerkenraad worden benoemd en was er dus echt een eigen kerk. Al direct werd gedurende vier jaar kerk gehouden in de eerste school van Krimpen. Er vlak naast werd in die jaren het huidige kerkgebouw opgetrokken.

Zowel kerk als toren zijn inmiddels Rijksmonument. Elk jaar op de tweede zaterdag van september, Open Monumentendag, wordt dit pand voor het publiek opengesteld.

Cees Loeve

       
 










detail