|
terug publicaties Klinker |
overgenomen uit de KLINKER nr 4, oktober 2011 |
![]() |
|
Officieel document van Willem III. |
|
|
Op 2 augustus van dit jaar was het 150 jaar geleden dat Krimpen kerkelijk
zelfstandig werd. Dat was in en boeiende periode, waarin veel gebeurde. Zo kwam
er een Krimpense school. En nog maar net er voor, in 1855, waren Krimpen en
Stormpolder samengevoegd tot één gemeente. Hoe kwamen we eigenlijk aan onze
eerste eigen kerk? |
|
De kerkelijke situatie voor 1861 In de Krimpenerwaard stond zeker niet in elk dorp een kerkgebouw. Zo hoorden de gemeenten Krimpen aan den |
De burgerlijke situatie voor 1861 |
||
![]() De dorpskerk in Ouderkerk aan den IJssel. |
Dat men een eigen kerk wilde was eigenlijk het meest begrijpelijk. Stel je voor
dat je vanaf de Lekdijk, of vanuit
de Stormpolder naar de kerk wilde. Een enkeling had de beschikking over een
koetsje, dus dat was te doen. Maar De roep om een eigen kerk
Dat er ook bij de overheid werd aangedrongen op toestemming om een eigen kerk te
stichten, blijkt wel
overduidelijk uit
het volgende. Jaarlijks maakte burgemeester van Walsum voor het ministerie een
overzicht. Onder het kopje kerkelijke zaken meldt hij in 1853: “Slechts ééne
kerkgemeente namelijk de Protestantsche |
|
Velen verlangen, en naar het oordeel van het
gemeentebestuur met regt, dat deze gemeente in het bezit van een eigen bedehuis
en een eigen leeraar gesteld worden, waartoe pogingen in het werk gesteld
worden.”
|
![]() Zo zagen de kerk en de pastorie er uit toen ze in gebruik konden worden genomen. Het Koninklijk Besluit no. 85 van 2 augustus 1861 |
||
De school waarin men de eerste vier jaar diensten belegde.![]() Het noorderportaal, uit 1661, van de kerk in Ouderkerk met het wapen van Krimpen aan den IJssel. |
Bij Koninklijk Besluit werd door Koning Willem III bepaald dat de inwoners van
Krimpen aan den IJssel een eigen kerk met pastorie en predikantsplaats mochten
hebben. De scheiding tussen kerk en staat was in de Franse tijd nog niet zover
doorgevoerd, dat de overheid niets meer met kerkelijke zaken te maken had. Zo
zegde men, naast voorgaande beslissing, boven het landstraktement van 500 gulden
per jaar voor de predikant nog een extra vergoeding van 300 gulden toe. Nu kon
ook een kerkenraad worden benoemd en was er dus echt een eigen kerk.
Cees Loeve |
||
|
detail |