terug  publicaties Klinker

overgenomen uit de KLINKER nr 3, juni 2011

 

 

  Op dit schilderij van Maulbertsch uit 1785 ziet u een kwakzalver aan het werk. kiespijn kwam bijvoorbeeld vaak voor. Maar het was uiteraard pas leuk als een ander 'behandeld' werd. ( foto via Wikimedia Comons)

 

 

Hoe ging het tot in de negentiende eeuw
Natuurlijk is geneeskunde al eeuwen oud. Maar stelt u zich er niet al te veel van voor. Men baseerde de behandelingen op allerlei merkwaardige aannamen en gebruiken en ook de chirurgie en wondverzorging waren een zeer primitieve aangelegenheid. Daar kwam nog bij dat men het belang van hygiëne nog niet kende of er naar leefde. De kans op een geslaagde behandeling was dus gering. En omdat ook de kosten hoog waren, was het niet vreemd dat men zich tot allerlei mensen met merkwaardige ‘gaven’ wendde. Zeker ook vanuit het platteland waar men voor een echte medicus ver moest reizen. Ook Krimpenaren wendden zich dus veelal tot waterkijkers, strijkers, kruidenvrouwtjes en wat er maar meer was. Pas in de negentiende eeuw (voor zover nu bekend) duikt er in het archief een vage verwijzing op naar een plattelandsheelmeester. En dat klopt ook wel, want in die tijd wordt door deskundigen het ontstaan van de moderne geneeskunde gesteld. De medische wetenschap nam sindsdien een ongelofelijke vlucht.

 

De eerste huisartsen
Jacob Koning was na zijn afstuderen eerst huisarts geweest in De Cocksdorp op Texel. In 1880 vestigde hij zich in Krimpen aan den Ijssel, dat toen ongeveer 1830 inwoners had. Hij werkte vanuit zijn woning op de steenplaats nabij het Veerpad (het latere WACO en nu Molenaar van Schelvenlaan). Naast huisarts was hij ook gemeentelijk geneesheer en doodschouwer. Koning werd voogd van zijn neef Willem M. Blom, die hij ook stimuleerde om huisarts te worden. Toen Willem M. Blom was afgestudeerd, werd hij korte tijd arts in Boskoop, maar in 1897 kwam hij naar Krimpen. Hij werd hier assistent van zijn steeds zieker wordende oom. Per 1januari 1899 kreeg dokter Koning eervol ontslag en werd W.M. Blom de Krimpense huisarts. Al in 1900 liet hij een praktijkwoning met koetshuis bouwen aan de IJsseldijk (nu 276). Dokter Blom werd later zelf getroffen door ziekte. Daarom werd hij vanaf 1929 geassisteerd door zijn zoon Auker Blom, die hem in 1930 officieel opvolgde.


De steenplaats bij het Veerpad. In de woning die hier stond begon onze eerste huisarts, dokter Koning.

 

Al twee praktijken in Krimpen
Het groeiende Krimpen, met ondertussen 5000 inwoners, bracht deze tweede dokter Blom er toe zijn praktijk te splitsen. Hij liet in 1930 een mooie dokterswoning bouwen aan de Weteringsingel 9 en verkocht een deel van zijn praktijk met de woning aan de lJsseldijk aan huisarts Visser.
In de praktijk van dokter Blom kwam in 1967 de derde generatie: Willem M. Blom. Zijn vader bleef aan de Weteringsingel wonen, dus bouwde zoon Wim een nieuwe praktijkwoning aan de Kerkdreef 9. In 1990 kreeg hij mevrouw Boer als collega. In 2000 trad de derde Blom terug. Mevrouw Boer zette deze praktijk voort met eerst de arts Froon en daarna met Heins en Grotenhuis. In de tweede praktijk werd dokter Visser opgevolgd door dokter Marcelis. Later kwamen hier ook de artsen Van Brussel, Klomp, Van den Homberg, mevrouw Te Loo en mevrouw Rosbergen.
 

 
De huisartsenpraktijk van dokter A. Blom rechts voor. De Weteringsingel was toen ook aan deze kant nog open voor doorgaand verkeer.
 

Een derde en vierde praktijk
In 1958 woonden er in Krimpen iets meer dan 9000 mensen. Een derde praktijk was dus beslist geen luxe. Die kwam er, omdat huisarts Deemoed zich vestigde aan de Boerhavelaan. Die praktijk was wat krap en moeilijk te bereiken, want zijn praktijkruimte was op de eerste verdieping. Maar dat werd duidelijk beter toen hij zich vestigde in een mooi praktijkpand aan de Leeuwerikstraat. In deze praktijk werkten later de artsen Rempt en nu Oelrich en Wit.
Dokter Prins begon in 1959 aan de Boerhavelaan een vierde praktijk. Later verhuisde hij naar de Jozef lsraëlstraat. Dokter Vreedendaal kwam hier eerst parttime (voor de rest bij Marcelis) en later helemaal in deze praktijk. Nu is deze praktijk bezet door de dames Ten Hoeve, Liem en Eerdmans en de heren Blankers en Van Dalsen.
 

 


IJsseldijk 276 met op de achtergrond het nog agrarische Krimpen. Het koetshuis verbouwde dokter Marcelis later tot praktijkruimte. Op de achtergrond de Buijs Ballotsingel. Dat was toen de rand van onze bebouwing.
 

     

Einde aan eigen apotheek
Tot 1968 was het gebruikelijk dat de arts een eigen apotheek had. Veelal werd die gerund door de echtgenote. En voor het bezorgen van medicijnen had men de ‘pillenjongen In 1968 stopte dit gebruik en kwam er een zelfstandige apotheek in Krimpen, die van apotheker Schot.
 

 

Naar een gezondheidscentrum met vijf praktijken
In het bijzonder gestimuleerd door de artsen Marcelis en Prins, werd er onderling gepraat over de mogelijkheid om de artsendiensten te concentreren in één gebouw. Liefst ook nog samen met alle andere zorgdisciplines. Een aantal Delftse TH-studenten kreeg, mede door de steun van burgemeester Lepelaars, de gelegenheid dit idee verder uit te werken. In 1974 verhuisden alle artsen naar dit toen ruime en mooie centrum. Daar begon dokter Rooker de vijfde praktijk, waarin ook mevrouw Crone en de heren Groeneveld, Kevenaar en Van den Berg werkten. De artsenpraktijken en andere medische diensten groeiden maar door, zodat het complex weer te krap werd, Op dit moment wordt hard gewerkt aan een nieuw gezondheidscentrum.

 
     

In het gezondheidscentrum aan de Tiendweg zijn alle sinds 1974 bestaande artsenpraktijken en een aantal andere zorgdiensten ondergebracht.

 

Cees Loeve