|
terug publicaties Klinker |
overgenomen uit de KLINKER nr 2, april 2011 |

Vrouwe Justitia. Al jaren het symbool voor gerechtigheid. Veelal met blinddoek
(onafhankelijk), weegschaal (voor en tegen worden afgewogen) en een zwaard (het
vonnis).
|
Oudste tijden Er is over de rechtspraak in de oudste tijden niet zoveel bekend. Wel is duidelijk dat mensen ook toen al behoefte hadden aan rust en orde in de samenleving. Veelal namen zij bij narigheid helaas het recht in eigen hand. Het werd al heel wat beter als de problemen in samenspraak met de buren werden opgelost. Deze ‘burenrechtspraak’ duurde in sommige delen van Nederland zelfs tot in 1811 voort. In de meeste Nederlandse gebieden was de macht -dus toen ook de rechterlijke- in handen van de Hoge Heerlijkheid de graaf, of de (lagere) Ambachtsheerlijkheid, de Ambachtsheer. Maar die droegen het werk over aan hun vertegenwoordigers in de plaats zelf: de schout en schepenen.
|
|
![]() |
Rechtspraak in Krimpen Krimpen was een ambachtsheerlijkheid. Dat wil zeggen dat de macht bestaande uit wetgeving, handhaving en rechtspleging, in één hand was in Krimpen. Deze werd uitgeoefend door een schout en zeven schepenen. De schout werd aangesteld door de Ambachtsheer. De schepenen werden òf door de Ambachtsheer òf door de schout gekozen uit Krimpense welgestelde burgers. Dat waren dus boeren, scheepsbouwers, steenbakkers, en dergelijke. De schepenen dienden één jaar en droegen vervolgens zelf twee mensen als opvolger voor, zodat de schepenen voor de volgende periode gekozen konden worden. Een gesloten systeem dus, waarde doorsnee Krimpenaar niet tussen kwam. De ‘vierschaar’ (lagere rechtbank) werd gehouden in het ‘rechthuis'. Dat was in het café naast de veerpont aan de Veerdam. Oorspronkelijk werd ‘de vierschaar gespannen’. Mensen kwamen dan samen in de buitenlucht, veelal onder een lindeboom, en het deel waar men rechtsprak werd afgebakend met een touw. De schout was veelal ook secretaris. Hij hield keurig bij wat er zoal te beoordelen was. |
|
Dat waren overigens nooit ‘halszaken', dus zaken waarbij de veroordeelde onthoofd werd! De schout mocht alleen de lagere rechtspraak doen. Voor hogere rechtspraak was men aangewezen op de hoge rechtbank in Dordrecht. Daar spraken de baljuw en zijn mansmannen recht over de ernstiger zaken.
|
|
|
Nederlands Burgerlijk Wetboek
|
Cees Loeve |