|
terug naar publicaties Klinker |
overgenomen uit de KLINKER nr 6, blz 16 -17 / december 2010 |
Winter in Krimpen

Meester Noorlander in 1929 met wat schooljongens op de Hollandsche IJssel, voor de Koolteerfabriek.
|
In deze periode schieten je weer vroegere ervaringen met winters te binnen. Spelen er winterverhalen van anderen door je hoofd. Hoop je op veel ijspret, of juist niet. Want dat is door de jaren heen hetzelfde gebleven. Er kan veel ongemak ontstaan, je kunt er daarom best tegen opzien. Maar bezigheden als sneeuwballen gooien, (prik-)sleeën, baantje glijden of schaatsen zijn toch ook heel leuk. Zeker voor kinderen en voor die ouderen die van wintersporten houden, maar er niet ver voor willen of kunnen reizen. |
|
|
Strenge winters Als je de verhalen over vroeger hoort of leest zou je haast veronderstellen dat het toen elke winter ijspret was. Maar, net zoals in de achterliggende jaren, waren er ook vroeger soms vele jaren met betrekkelijk zachte winters. Ons KNMI ondersteunt daarbij gelukkig onze herinnering, want men registreert daar al sinds 1706. En daaruit leren we dat de twintigste eeuw 8, de negentiende 13 en de achttiende 14 strenge winters kende. De ouderen herinneren zich mogelijk nog die van 1929. En hoewel ook 1940 en 1941 best pittig waren, komt met grote voorsprong die van 1942 uit de bus. De strengste winter van de twintigste eeuw echter was die van 1962/1963. Over de gehele registratieperiode bleek slechts die uit 1830 daarmee te vergelijken! Het seizoen 1947 volgde op de tweede plaats.
|
![]() Arie de Jong met zijn vrienden op de ijsbaan. De pet achterste-voren, want dan ging je sneller. |
|
De winter van 1928/1929 Verhalen over deze strenge winter doen nog steeds de ronde. Natuurlijk was er toen veel minder verkeer dan nu, maar wat er was, ondervond toen, net als nu, veel hinder. De Hollandsche IJssel lag heel lang dichtgevroren. Maar, wat minder vaak gebeurt, ook nog redelijk strak. Je kon er dus op sleeën, schaatsen en zelfs ijszeilen. Bekijkt u het ijszeiljacht in ons streekmuseum nog maar eens. Maar voor de schippers was het natuurlijk een barre periode. Ze konden niet varen en verdienden dus ook niets. De Krimpenaren merkten dat trouwens allemaal, want er konden ook nauwelijks meer kolen voor de kachels worden aangevoerd. In maart 1929 werden door Rijkswaterstaat daarom ijsbrekers ingezet om de doorvaart weer mogelijk te maken. De laatste stukken ronddrijvend ijs waren daarna pas in begin april weg, zo werd me verteld. |
De winters van 1940/1941/1942 Ook moeilijke winters, vooral die van 1942 dus. De ervaringen en verhalen over deze periode worden natuurlijk wat extra ingekleurd door het gebrek aan van alles in deze oorlogstijd. Maar bar was het. Vooral ook op de wegen. Ze waren met het gebrekkig materiaal dat ter beschikking stond bijna niet te berijden. En dat in een tijd dat allerlei straatverkopers (zoals bakkers en melkboeren) langs de wegen moesten om hun klanten te bedienen. Maar ook toen weer dubbele gevoelens, want al schaatsend, glijdend, of sleeënd kon je de nare omstandigheden toch even vergeten. Trouwens, als je een bijt in het ijs hakte, ving je soms een prima maaltje vis. En dat was in die tijd ook niet te versmaden!
|
![]() Het is altijd weer spectaculair om ijsbrekers aan het werk te zien. Hier in de winter van 1929. Op de achtergrond de Ketensedijk in Capelle. |
De winter van 1946/1947 Nog maar kort na 1942 al weer een strenge winter. Zelfs de tweede in de twintigste eeuw dus. En het begon zo rustig. Pas op 22 januari daalde het kwik goed onder het vriespunt. En dat bleef zo tot 15 maart! Eigenlijk weer dezelfde geneugten en bezwaren. Maar nu ook opvallend veel sneeuwstormen. De rivier vroor weer dicht. En toen het ijs wat dikker werd, werden bij het veer van Van de Ruit en dat van Van der Giessen van planken paden gemaakt om toch over de rivier te kunnen. Zelfs auto’s gingen er na een aantal dagen over! En al weer veel ijspret voor jong en oud. Dat begon in die tijd al op de ijsbaan trouwens. Waar nu zo ongeveer de Buys Ballotsingel is, was toen een fraaie baan die veel werd gebruikt. Er was ook een heuse ijsclub, met een gewaardeerd bestuur. Jammer dat er nooit meer een vervanger kwam. |
|
De winter van 1962/1963 Er zijn nog veel Krimpenaren die deze winter bewust hebben meegemaakt. De strengste van de hele vorige eeuw. Problemen op de wegen, want je kon er zelfs op sleeën en schaatsen. Dichtgevroren sloten, vaarten en de Hollandsche IJssel. Maar er was inmiddels wel een Algerabrug, dus hoefde je niet meer om te rijden via Gouda. Ook nu werd weer wekenlang geschaatst. Er waren wedstrijden op de Hollandsche IJssel voor schaatsers en ook voor prik-sleeërs. Beide groepen gingen ook weer ringsteken. Dit jaar was er op de IJssel zelfs een wedstrijd waarbij de fraaist gekostumeerde kinderen en ouderen een leuke prijs konden winnen. En, om niet meer te noemen, de voederacties voor de vele watervogels op de Lek, Nieuwe Maas en IJssel. Een comité onder aanvoering van mevrouw Van der Giessen-Veder deed een oproep in de krant. De jongens van de Technische school hielpen mee door alles met zakken langs de deuren op te halen. Ook werden emmers en manden vol brood en ander voedsel rechtstreeks afgeleverd bij de Huishoudschool. Daar werd alles kleingesneden en gereedgemaakt voor verdeling. Er kwam zelfs een aantal keren een helikopter aan te pas.
|
![]() Februari 1963: veel plezier en zelfs een gekostumeerd ijsfeest op de rivier. |
||
|
Tenslotte Er is natuurlijk veel meer te vertellen. Over de winters van 1979 en 1996 bij voorbeeld. Maar de ruimte is op. U kunt uit dit alles leren dat we het tegenwoordig zo slecht nog niet hebben. Prima kleding, allerlei technische hulpmiddelen, uitvoerige gladheidbestrijding en veel betere wegen. Betere schaatsen en prachtige sleetjes. Maar helaas ook groeiend gebrek aan hulpvaardigheid. Wie veegt en strooit het straatje voor z’n huis en dat van de buurvrouw nog? Ook dat hoorde vroeger bij het vorstvermaak!
|
![]() De Hollandsche IJssel dicht en dan schaatsen; een droom die soms (hier 1962/1963) werkelijkheid werd. |
Cees Loeve