terug naar   publicaties Klinker

overgenomen uit de KLINKER nr 4, blz 16 -17 / september 2010

Schuilkelder of bunker
 

Bunkers (of kazematten zoals ze voor de Tweede Wereldoorlog werden genoemd), zijn erin Nederland nog heel wat. Het zijn, soms geheel of gedeeltelijk ondergrondse, betonnen bouwsels met een militair doel. Zoals een geschutsopstelling, commandopost of iets dergelijks. Schuilkelders werden in die tijd ook al gebouwd. Ze waren bijna altijd ondergronds en dienden als bescherming voor de omwonenden bij luchtaanvallen. Ons exemplaar is echter een ‘atoomschuilkelder'. Die werden door het Ministerie van Binnenlandse Zaken tijdens de Koude Oorlog gebouwd, als bescherming tegen aanvallen met kernwapens. En dan vooral tegen de ‘nucleaire fall-out’ die op zo’n aanval volgt. Er zijn er niet zoveel gebouwd en slechts in ongeveer twintig plaatsen. Maar ook bij de metrostations van Rotterdam en Amsterdam werd bijvoorbeeld nog een deel als zodanig ingericht. En dan dus ook één in Krimpen!

De betonnen trap die via het luik de schuilkelder in leidt.

De bouw van onze schuilkelder

Waarom ‘onze’ kelder nog werd gebouwd is onduidelijk. Weliswaar duurde de ‘Koude Oorlog’ officieel van 1945 tot aan de val van de Berlijnse muur in 1989. Maar de gewapende vrede tussen de communistische wereld en het westen bestond toen al heel wat jaren. Ons Ministerie stopte daarom ook halverwege de jaren tachtig met haar schuilkelderbeleid.
Maar goed, ‘onze’ schuilkelder werd ontworpen in 1980 en gebouwd in 1981. Ze is van zwaar beton en bevindt zich gedeeltelijk onder dijkniveau. De oppervlakte is ongeveer 10 x 11 meter en de hoogte binnenin is 2,70 meter. Het dak is van zeventig centimeter dikke beton. En er om en over is een dikke grondlaag aangebracht.
Je komt in de kelder via een trap naar een stalen luik boven op de terp en gaat dan naar binnen via een betonnen trap. Binnen is er eerst een portaal met zware drukdeuren.

 Daarachter ligt een ontsmettingsruimte met een mogelijkheid om besmette kleding weg te bergen, te douchen en om te kleden. Dan zijn er diverse technische vertrekken met airconditioning, toe- en afvoerinstallaties voor water, communicatieapparatuur, noodstroomvoorziening, chemische toiletten en zelfs een keukentje. De eigenlijke verblijfsruimten zijn groter en omvatten een slaapruimte met stapelbedden en een zitruimte met tafels en banken.
Er werd ook bedacht dat als de toegang via het luik geblokkeerd zou worden je echt opgesloten zat. Om die reden was er in de betonnen buitenwand van de verblijfsruimte een uitsparing met een gemetselde muur er in en een stalen luik er voor. Er bij hing een schop en een stootijzer. Wilde je er langs die weg uit dan stootte je de muur weg en groef een sleuf door de omringende met zand gevulde koker, tot aan de buitenzijde van de ‘terp'.

Stapelbedden met ingeseald een setje zeep, tandpasta, enzovoort.

Het dagverblijf met materialen om te eten en zelfs spelletjes om de dag door te komen.

De sanitaire voorzieningen als wastafel, chemische toiletten en stortkoker voor afval.

De inrichting

Dit zogenoemde ‘PSO Onderkomen’ werd toen het gereed was, in 1982 ingericht voor het verblijf van maximaal 36 personen. Er zijn stapelbedden voor 12 mensen, dus men moest om de beurt naar bed. In 1983 werden er, naast de al aanwezige zeer complete voorraden, spelletjes, gasmaskers en EHBO uitrusting, ook nog 250 noodrantsoenen afgeleverd. Ook die staan er nog steeds.

In de ruimte was een heel duidelijk stel ‘aanwijzingen bij het gebruik van de schuilkelder’. Daar staat bijvoorbeeld in hoe en wanneer men moest omgaan met de diverse installaties voor luchtverversing, water, sanitair en elektra. Maar ook hoe de onderhoudsmensen moesten proefdraaien en droogstoken. En dat deed men dan ook, tot een paar jaar geleden.

Een monument

Alles wachtte zo dus, voor de meeste mensen ongeweten, al jaren op een ramp bij het Algera-complex. Gelukkig tevergeefs. Maar het is wel heel bijzonder om zoiets in ons dorp te hebben en te behouden. Men heeft bij Rijkswaterstaat de vage plannen voor de toekomst van de schuilkelder, in verband met geldgebrek, in de kast gelegd. Maar ze verdient die toekomst zeker. Zo jong nog, hoort deze schuilkelder een officieel (gemeentelijk?) monument te zijn!


Cees Loeve