|
Schuilkelder
of bunker
Bunkers (of kazematten zoals ze voor de Tweede Wereldoorlog werden genoemd),
zijn erin Nederland nog heel wat. Het zijn, soms geheel of gedeeltelijk
ondergrondse, betonnen bouwsels met een militair doel. Zoals een
geschutsopstelling, commandopost of iets dergelijks. Schuilkelders werden in die
tijd ook al gebouwd. Ze waren bijna altijd ondergronds en dienden als
bescherming voor de omwonenden bij luchtaanvallen.
Ons exemplaar is echter een ‘atoomschuilkelder'. Die werden door het Ministerie
van Binnenlandse Zaken tijdens de Koude Oorlog gebouwd, als bescherming tegen
aanvallen met kernwapens. En dan vooral tegen de ‘nucleaire fall-out’ die op zo’n
aanval volgt. Er zijn er niet zoveel gebouwd en slechts in ongeveer twintig
plaatsen. Maar ook bij de metrostations van Rotterdam en Amsterdam werd
bijvoorbeeld nog een deel als zodanig ingericht. En dan dus ook één in Krimpen!
|

De
betonnen trap die via het luik de schuilkelder in leidt. |
|
De bouw van onze schuilkelder
Waarom ‘onze’ kelder nog werd gebouwd is onduidelijk. Weliswaar duurde de
‘Koude Oorlog’ officieel van 1945 tot aan de val van de Berlijnse muur in 1989.
Maar de gewapende vrede tussen de communistische wereld en het westen bestond
toen al heel wat jaren. Ons Ministerie stopte daarom ook halverwege de jaren
tachtig met haar schuilkelderbeleid.
Maar goed, ‘onze’ schuilkelder werd ontworpen in 1980 en gebouwd in 1981. Ze is
van zwaar beton en bevindt zich gedeeltelijk onder dijkniveau. De oppervlakte is
ongeveer 10 x 11 meter en de hoogte binnenin is 2,70 meter. Het dak is van
zeventig centimeter dikke beton. En er om en over is een dikke grondlaag
aangebracht.
Je komt in de kelder via een trap naar een stalen luik boven op de terp en gaat
dan naar binnen via een betonnen trap. Binnen is er eerst een portaal met zware
drukdeuren. |
Daarachter ligt een ontsmettingsruimte
met een mogelijkheid om besmette kleding weg te bergen, te douchen en om te
kleden. Dan zijn er diverse technische vertrekken met airconditioning, toe- en
afvoerinstallaties voor water, communicatieapparatuur, noodstroomvoorziening,
chemische toiletten en zelfs een keukentje. De eigenlijke verblijfsruimten zijn
groter en omvatten een slaapruimte met stapelbedden en een zitruimte met tafels
en banken.
Er werd ook bedacht dat als de toegang via het luik geblokkeerd zou worden je
echt opgesloten zat. Om die reden was er in de betonnen buitenwand van de
verblijfsruimte een uitsparing met een gemetselde muur er in en een stalen luik
er voor. Er bij hing een schop en een stootijzer. Wilde je er langs die weg uit
dan stootte je de muur weg en groef een sleuf door de omringende met zand
gevulde koker, tot aan de buitenzijde van de ‘terp'. |

Stapelbedden met ingeseald een setje zeep, tandpasta, enzovoort.
|

Het dagverblijf met materialen om te eten en
zelfs spelletjes om de dag door te komen. |

De sanitaire voorzieningen als wastafel,
chemische toiletten en stortkoker voor afval.
|
De inrichting
Dit zogenoemde ‘PSO Onderkomen’ werd toen het gereed was, in 1982 ingericht
voor het verblijf van maximaal 36 personen. Er zijn stapelbedden voor 12 mensen,
dus men moest om de beurt naar bed. In 1983 werden er, naast de al aanwezige
zeer complete voorraden, spelletjes, gasmaskers en EHBO uitrusting, ook nog 250
noodrantsoenen afgeleverd. Ook die staan er nog steeds.
In de ruimte
was een heel duidelijk stel ‘aanwijzingen bij het gebruik van de schuilkelder’.
Daar staat bijvoorbeeld in hoe en wanneer men moest omgaan met de diverse
installaties voor luchtverversing, water, sanitair en elektra. Maar ook hoe de
onderhoudsmensen moesten proefdraaien en droogstoken. En dat deed men dan ook,
tot een paar jaar geleden.
Een monument
Alles wachtte zo dus, voor de meeste mensen ongeweten, al jaren op een ramp
bij het Algera-complex. Gelukkig tevergeefs. Maar het is wel heel bijzonder om
zoiets in ons dorp te hebben en te behouden. Men heeft bij Rijkswaterstaat de
vage plannen voor de toekomst van de schuilkelder, in verband met geldgebrek, in
de kast gelegd. Maar ze verdient die
toekomst zeker. Zo jong nog, hoort deze schuilkelder een officieel
(gemeentelijk?) monument te zijn!
Cees Loeve
|