|
Minstens zo grote werkgevers als de vele boeren waren de
scheepswerven en Steenbakkerijen. ‘Steenplaatsen (steejnplaesse)’ of kortweg
‘plaatsen (plaesse) zoals ze in Krimpen aan den IJssel werden genoemd. Er waren
er vijf. Eén stond in Stormpolder, toen nog een zelfstandige gemeente, dus in
het toenmalige Krimpen waren er vier. |
(zie verder onder Archief/ bedrijvig verleden :
'werk op de steenplaats')
|
|
Stormpolder
De steenplaats in Stormpolder wordt al in de zestiende eeuw genoemd. Ze was
gelegen op de plek waar later de Teerunie (Cindu) en EMK waren. Het huidige
EMK-terrein dus, op de hoek van de Sliksloot en de IJssel. De eerste ons bekende
eigenares was wed. Vonck. De laatste was J. Smit Fopsz. Zijn weduwe
verkocht het geheel in 1890 aan J. Hoeflake (of Hoevelaken) uit Hedel. Hij vroeg
de gemeenteraad in 1894 goedkeuring om ter plekke een ‘fabriek ter bereiding van
koolteerproducten’ te mogen stichten (de oorsprong van wat Krimpenaren ‘de
Koolteer’ noemen). Ze is begonnen als een wat kleinere steenfabriek en, met veel
moeite, later uitgegroeid tot een vrij grote. Bij de opmetingen in verband met
het stichten van het kadaster, omstreeks 1832, was Cornelis Weggeman Guldemont
samen met zijn zoon eigenaar. Cornelis was vrederechter in Ouderkerk aan den
IJssel. Een vrederechter was een rechter voor kleinere zaken, die te
vergelijken is met de huidige kantonrechter. In Nederland heeft deze functie
slechts tussen 1811 en 1838 bestaan. Aan de buitenzijde van de dijk lag de
eigenlijke fabriek met 2 steenovens. Er was ook een kleine insteekhaven vanaf de
Sliksloot, met er naast een weggetje met huisjes en schuren en het veer over de
Sliksloot. Cornelis had ook het ’recht van overvaart’ over de Sliksloot, dus het
recht om daar een veerdienst uit te (laten) oefenen. Binnendijks was een groot
droogveld.
|

Overzicht van het vroegere terrein van de Koolteer. Globaal ook de plek
waar de steenplaats in Stormpolder was |
|
Steenfabriek no.1
Deze steenplaats wordt al in 1556 genoemd. Ze was toen van de heren Daan
Peyensz en Luyt Voppesz. De laatste eigenaren waren A.C. en later J. Mijnlieff.
De plaats lag op de plek waar nu de oprit richting Algerabrug is, zowel binnen-
als buitendijks. Bij het uitmeten voor het kadaster waren er 2 steenovens aan de
binnenzijde van de dijk. Andere bronnen vermelden er drie, dus het was in ieder
geval een vrij grote fabriek. Er hoorden ook hier weer meerdere woningen bij.
Velen kennen nog de ’steenplaatshuizen’ die in 1954 moesten worden gesloopt toen
het Algera-complex werd gebouwd. De woning van de directeur was het pand waar
later slagerij Opschoor in was. Achter deze woning was een grote tuin met
oranjerie. Van Jeveren, de stichter van onze bloemenmarkt, was hier jarenlang
tuinman.
|
Steenbakkerij op later WACO-terrein
Deze wat kleinere steenplaats was op een buitendijks terrein gevestigd en
had bij de opmeting in 1832 toch twee ovens. Ze wordt voor het eerst genoemd in
1561. Was toen van ‘Symen Pietersz en vrouws kinderen’. De helft ervan
verhuurden ze aan Jan Mertensz en Symen Jansz. Zowel buitendijks als binnendijks
hoorden er woningen, schuren en land bij. Het laatst was deze plaats van familie
Jongebreur. Er was een directiewoning op een wat verhoogd deel van het terrein.
In 1918 werd het inmiddels niet meer gebruikte terrein gekocht door Betonfabriek
van Waning & Co. (het latere WACO-Beton NV). Nu vind je hier onder meer de
woningen aan de Van Waninglaan.
|

De bomen op
deze foto uit ongeveer 1900 staan op de steen- fabriek. De directiewoning is nog
net te zien. Later kwam hier WACO-Beton VV. |
Steenplaats
bij het veerpad
Ook deze was zowel binnen- als buitendijks gesitueerd. In de zestiende eeuw
wordt ze wel genoemd, maar zonder namen. In 1654 wordt als eigenaar Laurens
Jansz Laubaas genoemd. Latere eigenaren zijn ondermeer Jacob en Maurits Weggeman
Guldemont. Er stonden in 1832 één oven aan de land- zijde en één aan de
lJsselzijde van de dijk. Er is ook melding van een derde oven. De Guldemonts
woonden in het fraaie pand op de hoek van de lJsseldijk met het Veerpad en de
Kokerstraat. Onder de vele landerijen, schuren en woningen die zij hier bezaten
hoorde ook het oudste huisje van Krimpen (IJsseldijk 206/210; gebouwd in 1663 en
Rijksmonument). |
|
Steenbakkerij ’Het Zandrak’
Deze was waar nu de begraafplaats in het Boveneind ligt. Maar ze was groter
en er lag ook een aanzienlijk deel aan de lJsselkant. De eerste vermelding is
uit de zestiende eeuw met als eigenaar Jan Maartensz Moll. Als laatste waren dat
Comelis en Dirk Hoogendijk. Er waren twee binnendijkse ovens en meerdere
woningen. De woning voor de familie Hoogendijk was het buitendijkse ‘Huize
Zandrak’ . Het binnendijks terrein werd in 1914 ontruimd en gedeeltelijk
ingericht voor de nieuwe begraafplaats die in 1915 in gebruik werd genomen. Het
buitendijks terrein kwam in gebruik bij sloperij Heuvelman. De directiewoning
werd toen bewoond door meerdere gezinnen en diende ook als kantoor voor de
sloperij. Nu zijn hier de nieuwe woningen aan de Aquamarijn.
Tenslotte
Een verdwenen bedrijfstak. Natuurlijk waren er ook heel wat problemen. Denk
alleen maar aan de, overigens overal voorkomende, kinderarbeid. Maar een
interessant bedrijf. U kunt er meer over horen en zien bij de prachtige maquette
in ons Streekmuseum. En als herinnering hebben we Steenplaats als straatnaam.
Cees Loeve |

De
directiewoning van de familie Weggeman Guldemont. Ze werd later nog
bewoond door burgermeester Koker. Kijk ook eens aan de achterkant!

De
steenplaats Het Zandrak kijkend richting Ouderkerk. In het midden de
directiewoning. Ga je nu rechts van de dijk dan kom je bij het
winkelcentrum De Korf.
|