naar   publicaties Klinker

overgenomen uit de KLINKER nr 2, blz 12,13 en 15 / 2009

   

gemeentelijk voorlichtingsblad Krimpen

   
  150 jaar Gebr. Buijs    Scheepsbouw B.V.  

Het “wurrefie van Buize” was en is een begrip onder de oudere Krimpenaren. Als het over scheepsbouw in de Stormpolder ging had je het over de “wurref” als je Van der Giessen bedoelde en anders over het “wurrefie” en dat was dan dus Buijs. En inderdaad, het verschil tussen de grote scheepswerf en de vrij kleine scheepswerf van gebroeders Buijs was groot. Maar inmiddels is het verschil nog groter!

De wurref bestaat niet meer, maar bij de “Buissies” is het druk en wordt dit jaar een jubileum gevierd. Niet uitbundig, maar gezellig, bescheiden, zoals ze ook al die jaren hun werk hebben gedaan.

 

Hoe het begon in 1859?

Het was nog de tijd dat de schepen van hout waren (en de mannen van ijzer, voegde je daaraan toe!). Een ‘scheepmaker’, of scheepstimmerman, was een heel belangrijk mens op je scheepswerf. Dat was op scheepswerf ‘De Hoop’ van Van der Giessen niet anders. Eén van die scheepmakers, volgens sommigen de beste, was Jan Buijs. Volgens de meest hardnekkige lezing begon hij, op verzoek van zijn directie, in dat jaar 1859 voor zichzelf. Op welke datum is niet meer bekend.

 

 

 

 

 

Vrachtwagenchauffeur Hannie Gouwens staat gereed om samen met C.M.Buijs een sloep naar een klant in Scheveningen te brengen

 

En wat het voordeel was voor die directie om één van de belangrijkste medewerkers voor zichzelf te laten beginnen is onduidelijk en eigenlijk ook niet meer te bedenken. Zeker is dat toen de vooruitzichten in de scheepsbouw helemaal niet zo rooskleurig waren. Moedig om dan toch voor jezelf te beginnen natuurlijk. Maar ook vreemd, dat Van der Giessen er dan zelf voor zou hebben gezorgd om een extra concurrent te krijgen. De, minder gehoorde, lezing dat Jan Buijs vond dat hij te weinig waardering kreeg voor zijn inzet en dáárom voor zichzelf begon, lijkt meer aannemelijk. Hoe het ook ging, hij begon voor zichzelf, dat is zeker.

De eerste zesendertig jaar

Begonnen werd met het maken van sloepen voor zeeschepen en roeiboten voor binnenschippers. Na enige tijd werden er zelfs verschillende typen vissersschepen gebouwd. Toen kreeg hij toch ook een probleem, want de door hem gehuurde grond werd aan een ander verkocht en hij moest ze ontruimen. Maar hij had in deze eerste jaren blijkbaar al aardig gespaard. Want hij kocht twee, aan het vorige grenzende, terreinen om zijn activiteiten op voort te zetten. Het eerste was 1430 vierkante meter groot en daarvoor betaalde hij contant honderd gulden (ongeveer vijfenveertig euro)! Op het tweede, van 1260 vierkante meter, stonden ook nog twee huizen en een schuur. Hij betaalde daar zeshonderd gulden (ongeveer tweehonderd zeventig euro) voor en kreeg van de verkoper een lening onder hypotheek. Vanaf het tweede jaar zou hij daar jaarlijks vijftig gulden op aflossen, maar in november 1872 bleek ook die schuld al te zijn afgelost! Het ging dus wel heel erg goed en het bedrijf is overigens nog steeds op deze locatie gevestigd.

Het eerste schip dat men ( met acht meter!)  verlengde . Het betrof de 'Eben Haëzer' en gebeurde in 1957.

Weduwe J. Buijs en haar zonen

Jan Buijs en Klaasje de Vries kregen in hun huwelijk negen kinderen. Al snel na de start kwamen er geleidelijk vier van de zonen meewerken in het bedrijf. Dat waren Stephanus, Cornelis, Marinus en Thomas. Toen vader Jan in 1895 overleed nam zijn weduwe de leiding van het bedrijf ter hand, met steun van haar toen 37 tot 47 jaar oude zoons. De naam van het bedrijf werd vanaf dat moment ook ‘Scheepswerf Wed. Buijs’. Tot ook moeder, in mei 1908, overleed.   De broers richtten daarna ‘firma Wed. J. Buijs’ op. Een verrassende naam, die kennelijk als eerbetoon aan hun moeder werd gekozen. Leuk om te lezen wat ondertussen in deze firma als eigendommen kon worden ingebracht. Dat waren een timmerwerf met werkloods en scheepshelling, een collectie timmer-gereedschappen en een voorraad hout. Maar ook tien open aken of vletschuiten en zeven schouwen. Ook die werden in deze periode dus gebouwd en het harde werken had z’n vruchten afgeworpen. De werkzaamheden gingen onverdroten voort. Maar zeker tussen 1920 en 1930 liep het werk steeds verder terug. Dat kwam niet alleen door de matige tijden, maar ook omdat de broers niet echt met de tijd mee wilden. Zij bleven trouw aan de houtbouw, maar die tijd was nu toch echt aan het voorbijgaan. Ook betaalden ze hun personeel maar matig. Zo matig, dat twee van de elf kinderen van Stephanus, Cornelis Marinus en Arie Nicolaas, tot 1930 bij Van der Giessen gingen werken! De twee van Cornelis kwamen nooit in het bedrijf en Marinus en Thomas waren kinderloos.

 

 

 

 

 

 

 

November 1960 werd het eerste nieuw gebouwde schip opgeleverd. Het betreft hier de m.s. 'Actief'

 

 

 

 

 

 

Eén van de coasters die Gebr. Buijs bouwde. Hier een fraaie actiefoto van de 'Alblas' uit 1986

De derde generatie treedt aan

Het werd crisistijd en bij Van der Giessen werden Cornelis Marinus en Arie Nicolaas Buijs ontslagen. Reden om met de laatste van de vier broers Buijs, hun oom Thomas, te gaan praten. Daarna huurden ze het bedrijf van hem, tot aan zijn dood in 1940. Om het vervolgens tot 1946 als eigenaar voort te zetten. Ook in hun periode werd, als er al werk was, nog steeds in hout gebouwd. Zo maakten ze wel 120 reddingssloepen voor vissers uit Scheveningen, Katwijk en IJmuiden. Maar daarnaast pakten ze, om maar werk te hebben, van alles aan. Ze bouwden zelfs boerenwagens en jachten. Arie Nicolaas had geen kinderen, Cornelis Marinus had er acht. Daarvan gingen er twee, Stephanus en Jan, ook eerst weer naar Van der Giessen. Maar in 1946 kwamen ze, nadat ze dat al diverse keren was gevraagd, toch in het bedrijf. Al snel werden ze medefirmant.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De laatste jaren worden ook veel sterk gespecialiseerde producten gemaakt. Hier in 2002 een bulbsteven voor Van der Giessen de Noord.

 

 

 

 

 

De vierde generatie “gaat in het ijzer”

Deze twee waren vanaf 1953 de twee enige directeuren van de vierde generatie. Al snel na hun aantreden gingen de “Buissies” over op het verwerken van ijzer. Voor zover dat tenminste verkrijgbaar was, want het benodigde materiaal viel tot 1949 onder de distributie. Pas na de Watersnoodramp ging men echt van de houtbouw af en in staal bouwen. Het weggedreven hout werd opgevist en verkocht aan Van der Giessen. De eerste jaren bouwden ze vooral roeireddingsvletten. In totaal zo’n 120 stuks, waarvan de eerste 42 helemaal geklonken, terwijl aan de overigen ook werd gelast. Later ging men ook constructiewerk maken en werden scheepsonderdelen gemaakt voor de werven van Vuyk, Van der Giessen en J. Smit. Vanaf 1957 werd begonnen met het verlengen van tientallen binnenschepen.

In oktober 1959 volgde de opdracht voor het bouwen van het eerste van vele nieuwe binnenvaartschepen. Dat was de ‘Actief’voor de heer M. van Meijeren. Er volgden er meer en tot wel 2800 ton groot, ja zelfs diverse coasters werden gebouwd. In 1976 werd het bedrijf omgezet in de Besloten Vennootschap van nu, met de naam ‘Gebr. Buijs Scheepsbouw B.V.’

De huidige, vijfde, generatie

De huidige generatie omvat, sinds 1989, twee van de vijf kinderen van Jan, namelijk Leendert (Leen) en Cornelis Marinus (Kees) en twee van de zes van Stephanus, te weten Cornelis Marinus (Cees) en tot 1992 zijn broer Jan, die toen helaas is overleden.

En ook de zesde generatie is al weer jaren actief op de werf, want van Leen zijn Jan, Gerrit en Cornelis Marinus en van Cees is zoon Marinus Jonathan werkzaam in het bedrijf.

Het werk omvat nog steeds een breed scala uit de scheepsbouw. Casco’s, jachten, secties voor schepen, ja zelfs een ‘stoompassagiersschip’. Alles wat vakmanschap vergt, is in deze 150 jaar wel gemaakt. De lijst opdrachtgevers is voor menig collega om jaloers op te worden. En ook de lijst met nog uit te voeren werk mag er zijn.

Om het eens echt Krimpens te besluiten: het wurrefie is wurref geworden en de Buissies staan als vanouds gereed voor hun klanten.

Cees Loeve