naar   publicaties Klinker

 

overgenomen uit de KLINKER nr 6, blz 10 -11 /  2008

 

50 JAAR ALGERA-COMPLEX DEEL 6

DE AFBOUW VAN HET ALGERACOMPLEX

 

 

Vanaf het jaar 1957 was de bouw van het Algera-complex gevorderd tot boven de dijken. De oprit werd gebouwd en aangesloten op het al lang bestaande deel van de Provinciale weg. De landhoofden van de brug, de torens en de sluis kregen vorm en de grote stalen delen kwamen op hun plek. Daarna was het afmonteren en completeren, maar daar zag je meestal niet zoveel van. En zo kwam in 1958 alles gereed. Een drukke tijd in Krimpen. Soms letterlijk, maar altijd wel in de streekbladen en gesprekken.

De oprit ter hoogte van de Weteringsingel in aanbouw. Staande de heer Baggerman.

 

De landhoofden, torens en sluis 

De landhoofden voor de bruggen en de vier torens werden in deze periode, ook bovengronds, opgetrokken van gewapend beton. Het werk vorderde niet zo snel als men gepland had, maar bij de opening stonden er toch vier torens die zo’n 35 meter boven het brugdek uitstaken. Oorspronkelijk was gepland dat ook de daken van gewapend beton zouden worden. Maar tijdens het werk bedacht iemand dat het veel simpeler zou zijn als de benodigde machines van bovenaf in de machineruimte zouden kunnen worden geplaatst. Dus werd besloten dat er daarna daken op zouden worden gelegd van geprefabriceerde betonplaten. Die werden immers vlakbij, door Feenstra Beton, gemaakt. Het plaatsen van die bewegingswerken was een enorm spannend gezicht en trok daarom veel belangstellenden. Dat was met het bouwen van de sluis eigenlijk veel minder. Want dat gebeurde allemaal in de Capelse bouwput en was daardoor veel minder zichtbaar. Pas toen de kistdammen verwijderd waren kwam daar gedeeltelijk in het zicht wat er gepresteerd was.

 

De oprit in aanbouw

Er werd zo omstreeks 1956 ook hard gewerkt aan het maken van de oprit. De Provinciale Weg lag al heel lang gereed tot midden tussen de Tiendweg en de Weteringsingel. Maar nu werd er gegraven en geheid om deze weg door te trekken. De weg zelf lag op ongeveer 1,00 meter onder N.A.P. en het stalen wegdek van de brug zou op 9,87 meter boven N.A.P. komen. Er moest dus bijna 11 meter met een viaduct worden overbrugd. Die oprit begon ter hoogte van de Weteringsingel. De bedoeling was dat ze erg transparant van uiterlijk zou worden om te vermijden dat er een al te zichtbare barrière ontstond tussen oud en (toen) nieuw Krimpen. Daarom werd ze op kolommen en liggers opgebouwd, met twee slanke kolommen per steunpunt. En die steunpunten zelf kwamen zo ver als toen mogelijk was van elkaar. Het betonnen dek van de oprit kwam te rusten op voorgespannen betonnen liggers. Boven de kruisingen met de Noorderstraat en de IJsseldijk werd een extra constructieplaat aangebracht om problemen bij een eventuele aanrijding te voorkomen. Het laagste deel werd later ommuurd en ingericht als opslagplaats voor Rijkswaterstaat. Toen alles tot aan de brug gereed was ging menig Krimpenaar stiekem boven kijken wat je van de oprit af wel allemaal kon zien.

 

Vanaf november 1957 werden de 10 sluisdeuren ingehangen

 

De sluis gereed

De betonwerken bij de sluis waren inmiddels zo ver dat de ruimten voor de technische installaties konden worden ingericht. Het belangrijkst daarbij waren ook weer de bewegingswerken voor de sluisdeuren die in de diverse kelderruimten werden aangebracht. In november 1957 was men met de bouw van de sluis zo ver dat de tien sluisdeuren op hun plek konden worden gehangen. Dat duurde tot in 1958 en was steeds weer een mooi gezicht. In die periode was altijd wel weer een drijvende bok aanwezig die bij dit inhangen assisteerde. De deuren zijn elk ongeveer 13 meter breed en 10 meter hoog en ze wegen ongeveer 60 ton. Met elkaar moeten ze natuurlijk net zo goed als stormvloedkering dienen als de meer opvallende grote schuiven tussen de torens.

 

Basculebrug, vaste brug en schuif

Op 2 december 1957 waren er meer dan de inmiddels gebruikelijke hoeveelheid mensen bij het bouwterrein. Die dag zou de basculebrug van het fabrieksterrein naar de sluis worden gebracht. Hij zou daar door twee grote drijvende bokken op z’n plek worden gehesen. De brug moest worden gemonteerd boven de 24 meter brede doorvaartopening in de sluis. En dat ging allemaal perfect. De vaste brug werd op 13 december vanaf het terrein van Hollandia naar z’n plek gevaren met speciaal ontworpen pontons met hefmechanismen. Hij is 82,20 meter lang, heeft een totale breedte van 19,24 meter en het gevaarte weegt ongeveer 660 ton.

Eenmaal boven de plek waar de brug moest komen liet men de brug keurig op zijn plaats zakken. Ook nu waren er weer veel toeschouwers. En weer was men verbaasd dat alles nog paste ook! Op 11 december werden in twee torens, met een bok, de ‘afdrukwagens’ (grof gezegd: de bewegingsconstructie van de schuif) aangebracht. De schuif zelf werd gemaakt bij Penn en Bauduin in Dordrecht en vandaar naar z’n plek gebracht met de hiervoor al genoemde pontons. Met een hoogte van 11,50 meter en een breedte van ca. 80 meter was het transport al van verre zichtbaar. Een indrukwekkend gezicht toen het gevaarte op 18 december door grote sleepboten op de juiste plek werd geduwd. Dat was een precaire klus want de waterstand was zoveel lager dan verwacht dat men maar een paar centimeter hoogte over had om er boven te varen. Maar het geheel paste net en kon toen zakken tot op de tijdelijke draagconstructie. Ook nu ging er een zucht van bewondering door de vele kijkers en ook in de kranten werden de werkers bejubeld. Nadat alles aan de afdrukwagens en kabels was gekoppeld was de schuif in de loop van januari 1958 gereed voor gebruik. Een veilig idee! Helaas bleek er maar geld voor één schuif. De tweede, die voor extra veiligheid moest dienen, zou op zich laten wachten tot 4 november 1976!

Op 2 december 1957 werd de basculebrug op zijn plek gebracht

 

13 december werd de vaste brug op speciale pontons naar z’n plek gevaren en daar gemonteerd

 

Al op 18 december was er weer heel wat te zien. De schuif was uit Dordrecht aangevoerd en werd nu op z’n plek gebracht.

 

Naar een feestelijke openstelling

Voor de belangstellenden was na deze grote klussen eigenlijk het spectaculaire werk achter de rug. Wel werd de rivier op voldoende diepte gebaggerd. En dat was maar goed ook, want op 18 maart 1958 passeerde voor het eerst een groot schip, de ‘North Duchess’, de sluis. Te vroeg dus voor een aantal ministers die op 19 maart het werk bezochten. De steigers verdwenen nu rond het eerste stel torens en men begon met het tweede stel. Daarna werden alle terreinen en taluds afgewerkt en ook de omgeving van het complex ging er een beetje gereed uitzien. Het bedieningshuisje aan de Capelse kant kwam gereed en het laatste installatiewerk kon nu ook worden uitgevoerd. Op 6 mei 1958 werd de schuif op proef neergelaten. En dat ging kennelijk prima, want er kwam geen wanklank naar buiten. Na een werkbezoek van H.M. Koningin Juliana, op 21 mei 1958 aan Krimpen en de Krimpenerwaard, was ons wachten op het echte hoogtepunt: de dag van de opening.

 

Op 21 mei 1958 meerde een schip van SPIDO af bij de werksteiger. H.M. Koningin Juliana bezocht Krimpen en de verdere Krimpenerwaard.

 

Cees Loeve