|
naar publicaties Klinker |
overgenomen uit de KLINKER nr 5, blz 12 -13 /oktober 2008 |
|
50 JAAR
ALGERA-COMPLEX DEEL 5 DE BOUW VAN HET ONZICHTBARE ALGERA-COMPLEX |
|
|
Zoals bij elk bouwwerk is veel van het werk, grondverbetering, fundering, leidingen en wat al niet meer, later niet meer te zien. Maar ze kosten uren werk, horen zeker bij de bouw en zijn zelfs onmisbaar. Als je na de jaarwisseling 1953/1954 door de IJssel voer of langs de dijken kwam, was er altijd wel wat te zien. Soms was de vraag wát je zag, maar nooit óf je wat zou zien. Heel veel mensen waren druk bezig en men gebruikte een groot aantal, ons onbekende, machines. Óf er ook ernst gemaakt werd met de stormstuw en de sluis. Want die zag je langzamerhand toch wel wat vorm krijgen. |
11 januari 1954, dus binnen één jaar na de ramp werd begonnen met baggerwerk in de zelling bij de Capelse dijk . |
|
Baggeren en zand verplaatsen Als eerste werd op 11 januari 1954 begonnen met het wegbaggeren van de grond in de zelling onderaan de Capelse dijk. Dat baggeren was nodig omdat de grond daar te weinig draagkracht had, maar ook om voldoende breedte in de rivier te maken. Want uitgangspunt was dat het scheepvaartverkeer niet gehinderd mocht worden. Dus was die extra ruimte hard nodig als de bouwputten eenmaal werden gemaakt. In juni was het baggerwerk gereed. De IJssel- en Lekstreek meldde haar lezers dat wel 30.000 kubieke meter grond was weggegraven! Er werd al een paar maanden zand aangevoerd uit Rotterdam en vanaf de Waterweg dat als vervanging en grondverbetering moest gaan dienen. De ‘monsterzuiger’ Ahoy bewees hierbij goede diensten. En een stel enorme zandschepen zoals de Sahara en Gobi zorgden voor het transport. Wat niet direct op z’n plek kon worden gestort werd in een zanddepot in Capelle gedeponeerd.
|
Slopen en ruimte maken De echte bouwwerkzaamheden konden nu ook beginnen. Aan de Krimpense oever van de IJssel moest wel eerst ruimte worden gemaakt voor het enorme bouwcomplex. Van oudsher waren hier de aanlegsteiger van de Goudse Boot, de rug-aan-rug gebouwde woningen die de ‘steenplaatshuizen’ werden genoemd, wat woningen en een pompgebouwtje dat inmiddels als opslagruimte dienst deed. Dat alles werd gesloopt en de grond werd bouwrijp gemaakt. Aan de binnenkant van de dijk was het simpeler. Er was een open terrein waar vroeger een steenplaats en een rietmattenfabriek gevestigd waren. Tot aan het inmiddels gereed gekomen deel van de Provinciale Weg was verder een strook braak liggend terrein met wat volkstuinen. Dat geheel lag, net als dat nu nog zo is, aan beide zijden van de Rotterdamseweg. Binnendijks kon men dus zonder meer aan de slag.
|
|
De eerste damwandpaal van 27,5 meter lang wordt in de rivierbodem geslagen.
Damwanden en kistdammen Men begon nu met het heien van damwanden om grote kuipen in de rivier te maken. Na het leegpompen werden in deze eilandjes de twee drempels gebouwd waarop later de schuiven bij hoog water zouden moeten rusten. Die drempels werden 55 meter lang en ze werden in twee delen van 27,50 meter gebouwd om ook hier weer geen hinder te geven. Toen dit werk gereed was, werden de damwanden uit de grond getrokken en liep de rivier weer op zijn oude plek. Aan beide oevers kon nu worden begonnen met het maken van de funderingen voor de landhoofden, torens, werkruimten en sluizen. Om dat te kunnen doen waren kistdammen ontworpen om als een soort dijken voor de benodigde bouwputten te gaan dienen. Dat waren twee evenwijdige damwandstroken met onderlinge verbindingen via ankerstangen. Nadat de open ruimte was gevuld met zand waren er zo perfecte, 12,5 meter brede, waterkeringen. De palen werden aangevoerd vanaf de ‘Gemeentegrond’, de gemeentelijke los- en laadplaats bij de Sliksloot. De binnenste wand van 27,5 meter lange damwandpalen werd blijvend in het werk opgenomen. Je ziet die deels nog als je van de brug naar omlaag kijkt. In totaal werd zo’n 100 kilometer van deze palen verwerkt. Nu kon de achterliggende grond in de bouwputten op diepte worden gegraven. Ondanks grote kranen, draglines en ander materieel was ook dit weer een heel karwei. Men was hiermee begin 1956 gereed. De putten, en helaas ook een deel van de omgeving, werden droog gehouden via bronbemaling. Nog voor men ook in Capelle hiermee begon, kon daar via metingen al worden gemerkt dat de grondwaterstand zakte. In Krimpen ontstond op die manier heel wat schade aan funderingen en gebouwen. Dat werd later overigens keurig vergoed en hersteld.
|
Een kistdam van damwandpalen en trekstangen in aanbouw. Eenmaal met zand gevuld waren dit prima dijken bij de bouwputten.
Het heiwerk in de bouwput is begonnen. Op deze foto is goed te zien hoe diep de put wel was. |
|
Het echte funderingswerk Begin 1956 kon met heien worden begonnen. Het was een herrie en drukte van jewelste. Meerdere grote heistellingen werden ingezet. Soms werd er één met een drijvende bok van de ene bouwput naar de andere getransporteerd. Een fascinerend gezicht. Er werden ongeveer 3.000 betonnen palen met een totale lengte van ongeveer 33 kilometer gebruikt. Die werden overigens geprefabriceerd op een terrein op de Capelse oever en van daar naar de plek van bestemming gevaren. In de bouwput was een smalspoortje om ze bij de stelling te brengen. Om op juiste wijze grond- en waterdruk te kunnen opvangen werd bijna 90% van alle palen als ‘schoorpalen’ (schuin ingeheide palen) verwerkt. En toen ineens werd het stiller, want ook dit werk was weer gereed. Nu kon met het storten van het beton voor de funderingen en verdere constructies worden begonnen. Er stond een complete betonfabriek langs de IJsseldijk. Van daaruit werd het beton ter plekke gestort via de hijskranen of via watervlugge gemotoriseerde kipkarretjes. Er kwam inmiddels aardig model in de bouwdelen en het geheel werd ook meer herkenbaar. Daar droeg een aantal tekeningen in de streekbladen ook zeker aan bij.
|
![]() In 1938 zag de dijk er vanaf de afrit naar de Kortlandstraat er zo uit. Alles rechts, dus buitendijks, moest worden gesloopt voor het Algera-complex.
|
![]() De bouwerij nadert dijkhoogte. Het is eind 1956. Nog even en al het werk, waaraan soms dag en nacht werd gewerkt, verdwijnt onder het zand.
|
Het werk komt op dijkniveau Langzamerhand kwamen aan het eind van 1956 alle bouwsels op dijkhoogte. Toen kon de Krimpense bouwput worden gevuld met zand. De bemaling kon worden verwijderd en ook de buitenste rand van de kistdammen werd uit de grond getrokken nadat eerst het zand er uit was gehaald. Daarmee kreeg de rivier ook weer z’n eigenlijke breedte van 80 meter. Het Algeracomplex leek heel wat kleiner nadat dit alles was gedaan. Maar al snel werd, door alle verdere bouwactiviteiten, vergeten wat er ooit onder de grond was gedaan.
Cees Loeve
|