|
naar publicaties Klinker |
overgenomen uit de KLINKER nr 4, blz 10 -11 / 2008 |
| 50 JAAR ALGERA-COMPLEX DEEL 4 PROBLEMEN EN PLANNEN ROND KRIMPEN |
De watersnoodramp gaf vooral in de Stormpolder veel schade. De witte noodwoningen in de Nijverheidstraat moesten later worden gesloopt. |
|
De watersnoodramp van 1953 was een vreselijk gebeuren. Duizenden Nederlanders - en daaronder ook heel veel Krimpenaren - zullen de rampnacht nooit vergeten. De kracht van het water was nog nooit zo duidelijk naar voren gekomen. Ook in Den Haag kwam deze harde boodschap goed over. Het was voor iedereen duidelijk dat er nu snel aangepakt moest gaan worden. Niet alleen herstel, maar ook preventie, werd de leus. Zo enigszins mogelijk mocht dit nooit weer gebeuren. |
![]() |
|
De rampnacht van 31 januari op 1 februari 1953 Het werd in de loop van 31 januari 1953 al duidelijk dat er grote problemen gingen komen. De combinatie van springtij en een zware, extreem lang aanhoudende, noordwesterstorm zorgde voor enorm hoge waterstanden. Wat nu gebeurde leek wel heel erg op de voorspellingen die een aantal wetenschappers in de voorliggende jaren hadden gedaan. Moest bij Hoek van Holland de waterstand normaliter 0,80 meter oven N.A.P. zijn, nu werd wel 3,85 gemeten! Er waren dan ook maar weinig dijken tegen bestand. Dit alles overrompelde de weerkundigen, radiomensen, polderbestuurders en technici enorm. De waarschuwingen kwamen hierdoor ook maar langzaam op gang. De opgeroepen mensen van het dijkleger vochten als leeuwen, maar konden tegen het enorme geweld maar weinig beginnen. Dijkdoor raken en grote overstromingen waren het gevolg. In Zeeland, maar ook in Zuid-Holland. Wel 1835 mensen kwamen om het leven. Ruim 160 kilometer hoofdwaterkering ging verloren of werd heel zwaar beschadigd. Duizenden dieren kwamen om en enorme aantallen ge ouwen gingen verloren. De totale schade werd geraamd op anderhalf miljard gulden.
|
Ook problemen rond en in Krimpen Ook rond Krimpen waren de problemen groot. In Ouderkerk aan den IJssel brak de dijk net voorbij het dorp door. Een woning direct achter de door raak werd weggespoeld en de twee bewoners kwamen om het leven. Gelukkig kon het gat in de dijk al vrij snel worden gedicht doordat er een scheepje in werd gevaren, waarna de zandzakken goed leven liggen. De achterliggende polder stroomde weliswaar onder, maar de verdere schade viel uiteindelijk toch weer mee. Ook Schielands Hoge Zeedijk had het zwaar te verduren. Op meerdere plaatsen was de situatie kritiek. Maar op één plek ging het echt mis. U kent allen natuurlijk het verhaal van schipper Evegroen die zijn scheepje in het gat bij Nieuwerkerk aan den IJssel moest varen, zodat het achterliggende gebied voor veel onheil werd behoed. Daar lag immers het diepste stuk Nederland, tot wel 6,30 meter onder N.A.P. Ook was er een achterland met wel ongeveer twee miljoen mensen die onder water hadden kunnen komen. Logisch dat dit verhaal de hele wereld over ging. Logisch dat juist deze dijk de volle aandacht van de plannenmakers kreeg. De problemen gingen ook Krimpen zelf niet voorbij. Langs Lekdijk en IJsseldijk werd hard gevochten tegen het steeds hoger wordende water.
|
|
Koningin Juliana bracht al direct bezoeken aan de rampgebieden. Een van de eerste plaatsen waar ze kwam was Krimpen aan den IJssel. Daar sprak ze onder meer met burgemeester Aalbers. Gelukkig bleven daar de dijken heel, al was er wel heel veel schade. Maar anders ging het in de Stormpolder. De dijken leken daar veel te laag, dus het water stroomde er al snel overheen. Daardoor raakten ze verzwakt, spoelden delen binnendijks talud weg en kwamen er op wel zes plaatsen door raken. De hele Stormpolder kwam vol water te staan, huizen werden verwoest en vier mensen kwamen om.
Hulpacties en plannen Er kwam door het hele land een golf aan hulpverleners in beweging. Zelfs uit het buitenland kwam hulp. De getroffen gebieden werden doorzocht op slachtoffers en overlevenden. En gelukkig konden duizenden worden geëvacueerd. Dat gebeurde ook in Krimpen. Want heel wat mensen moesten bij anderen onderdak zoeken. Hun spullen moesten zo goed mogelijk gered en beredderd worden en de verdere schade moest weer worden hersteld. Maar ook vanuit Krimpen, want al snel gingen er heel wat mensen en schepen richting Zeeland en de eilanden om daar te helpen. We waren ervan overtuigd dat de problemen daar veel groter waren dan bij ons. Velen uit die gebieden vonden een hartelijk onderdak in het Krimpen van na de ramp. Ook bij de diverse inzamelingsacties liet men zich niet onbetuigd. Heel wat geld en kleding ging naar de rampgebieden. En al snel werden er grotere plannen voor herstel en droogmalen gemaakt en uitgevoerd. Het toenmalig Krimpen zat zeker niet bij de pakken neer. |
Zodra het water weg was kon worden begonnen met beredderen en herstellen. Hier wordt één van de gaten in de Stormpolderdijk verder dichtgemaakt.
Drukte in Den Haag en Krimpen Ook in Den Haag was men geschokt door de gebeurtenissen. Nog maar nauwelijks was het herstel van de schade uit de Duitse bezetting afgerond. Men zat nog midden in de angstige discussies over de dreiging van een eventuele derde wereldoorlog. En toen deze watersnoodramp! Met voortvarendheid werden door de regering plannen voor herstel gemaakt. Maar ook aan verdergaande plannen, om herhaling van een dergelijke ramp zo goed mogelijk te voorkomen, werd hard gewerkt. Al op 21 februari werd door de Minister van Verkeer en Waterstaat een adviescommissie ingesteld, die later de ‘Deltacommissie’ werd genoemd. Ze kwam heel snel met aanbevelingen. Ook, of eigenlijk juist, voor onze omgeving. De kranten hielden ons zo goed mogelijk op de hoogte van alle ontwikkelingen. Op 6 maart was bijvoorbeeld uitgebreid te lezen dat er bij Rijkswaterstaat hard werd gewerkt aan het ontwerpen van een dam met stuw in de Hollandsche IJssel. Dat leek dus later onjuist. |
|
In het tweede interim-rapport van de Deltacommissie, dat al op 26 mei 1953 verscheen werd aanbevolen om een stormvloedkering in de Hollandsche IJssel te ouwen. Men ging er daarbij vanuit dat er twee beweegbare keringen moesten worden gemaakt zodat er steeds één in reserve zou zijn. Bij het bouwen en na het gereedkomen moest worden gezorgd de scheepvaart geen onnodige vertraging kreeg.
Na de opdracht in augustus 1953 was het plan voor het Algera-complex snel gereed. In januari 1954 ging het werk al van start!
|
Er moest ook ruimte zijn voor de grote
schepen van de achter de kering liggende werven. En tenslotte moest ook
gelijk voor een overbrugging van de IJssel worden gezorgd. Al op 1
augustus 1953 werd opdracht gegeven om een dergelijk complex te
ontwerpen. Binnen een jaar na de watersnoodramp waren de voorbereidingen zover gevorderd dat met de werkzaamheden kon worden begonnen. Al op 11 januari 1954 werd, als eerste en innen één jaar na de watersnood, begonnen met baggerwerk aan de Capelse rivieroever. Het daar aanwezige fijnzand leek zo weinig draagkracht te hebben, dat het moest worden weggebaggerd en vervangen. Maar ook kwam hierdoor extra ruimte in de rivier. En dat moest ook wel, want de 75000 schepen die hier jaarlijks passeren mochten geen hinder ondervinden van de werkzaamheden aan het Algera-complex. Cees Loeve
|