naar   publicaties Klinker

overgenomen uit de KLINKER nr 1,  1994

 

Rietmattenfabrieken en steenbakkerijen in Krimpen aan den IJssel

 

Niet minder dan 9 handtekeningen, waaronder één in de vorm van een kruisje, stonden onder de “Keure van Schout en Heemraden” van Krimpen aan den IJssel op 3 april 1751. Wat in deze tijd de plaatselijke politie- verordening heet was enkele eeuwen geleden de “Keur” waaraan moest worden voldaan. Wie zich niet aan de regels hield kreeg een hoge boete opgelegd, vooral wanneer het een waarschuwing aan de inwoners betrof, zoals onderstaand:
“Schout en Heemraaden van Crimpen op d’lJssel, ondeivindende en in Agting genomen hebbende, dat dagelijks veele Persoonen langs den dijk, met brandende Pij- pen met Tabak gaan en Rijden, ja zelfs dat sommige met brandende Pijpen in de hutten, staande langs den dijk uit en in gaan; en Considererende hoe Sorgelijk en Gevaarlijk zulkx tot Brandveiwekking is voor al in deze Tijdsomstandigheden, daar zoveele Brandstoffen-, op den dijk zijn Staande: Keuren en Ordonneren bij dezen, dat Niemand, wij hij ook zij, met een brandende Pijp in dit District van Crimpen op d’lJsseI zal mogen gaan of Rijden, ook niet daar mede in de hutten koomen op een boete van Drie Gulden, te appliceren een derde Part voor den aanbrenger die de bekeuringe doen zal, waartoe alle ende Eenderde ijgelijk gequalificeerd bij desen, en het resterende voor den Heiligen Geest Armen deses Ambagts.
Aldus gekeurd ende Geordonneert de 3e april 1751.”

 

Brandgevaar
Duidelijk is dat het hier —in gebrekkig Nederlands— gaat om het brandgevaar langs de dijk, waar aan beide zijden duizenden bossen riet lagen opgestapeld om in de rietmattenfabrieken verwerkt te worden.
Branden in de “mattefrotterijen”, zoals in de volksmond genoemd en waar toen alles met de hand gedaan werd, moesten ten allen tij
de voorkomen worden. Vooral vanwege de beperkte blusmiddelen waarover men beschikte toen deze verordening van kracht was.
Toch zijn er in de loop der jaren vele rietmattenfabrieken in vlammen opgegaan. Vele Krimpenaren zullen zich nog herinneren de brand
bij Demmenie (in het Boveneind) in 1930 en enkele jaren later -op de plaats binnendijks tussen Kortlandstraatstoep en Steenbakkerstraatstoep- de brand bij rietmattenfabriek Mijnlieff.
De laatste brand betrof de rietopslag bij Mijnlieff zowel binnen- als buitendijks op de plaats waar nu het brugviaduct over de IJsselstraat ligt.
In een jaarverslag van de plaatselijke brandweer staat te lezen onder de kop “Daadwerkelijk optreden korps”: ‘Het korps behoefde slechts eenmaal voor een grote brand uit te rukken. Dit was op 15 augustus 1948 voor de brand in de Rietmattenfabriek van de Firma Mijnlieff, alhier.
Deze brand, welke zeer snel om zich heen greep en een groot gevaar voor de omliggende woningen opleverde, is met 18 stralen op de auto- en motorspuiten en met 7 stralen op de waterleiding geblust.

Ambachten die verdwenen
Van Walsum, Mijnlieff, Demmenie, Hoogendijk, Boers, allemaal bekende namen in Krimpen aan den IJssel, namen van eigenaars (bazen en werkgevers) van rietmattenfabrieken en steenbakkerijen in vroeger jaren. Bedrijven die in velerlei opzicht aan elkaar verwant waren en soms een “twee- in-een zaak” vormden. We kunnen heel lang teruggaan in de geschiedenis om aan de weet te komen dat er langs de IJssel, behalve scheepswerfjes, ook steenbakkerijen en rietmattenfabrieken waren. In onze gemeente herinnert alleen de naam Steenbakkerstraat nog aan de plaats waar de bekende IJsselsteentjes gevormd en gebakken werden. Deze steenbakkerij, de laatste die nog in bedrijf was, heeft in het jaar 1929 de poorten moeten sluiten. Daarvoor waren o.a. twee redenen: vervuiling van het milieu en nieuwe voorschriften van de Woningwet. Toen stoomboten de plaats van de zeil- schepen hadden ingenomen kwam olie- afval in het water terecht. De zuivere rivier- klei werd daardoor ongeschikt voor het bakken van de gele lJsselsteen. Om door te kunnen werken moest klei van elders worden aangevoerd, wat in die tijd de zaak niet eenvoudiger maakte. Toen nieuwe voorschriften van de Woningwet voorschreven dat de dikte van de muren voor te bouwen woningen 20 tot 22 centimeter moest worden, verdween de vraag naar het produkt, want de lJsselsteentjes waren 17-1 7,5 cm. Een en ander leidde er toe dat voor Krimpen in 1929 het einde was gekomen aan het steenplaats-tijdperk.
In de loop der jaren verdwenen ook de rietmattenfabrieken uit Krimpen. De laatste was het van vader op zoon overgegane bedrijf Boers, gevestigd in de Stormpolder, op de plaats waar binnenkort de gevangenis gebouwd wordt. Het is Cees Boers die, zoals hij zelf eens zei: opgegroeid is in het ‘rietmatten”. Vanaf zijn 14e jaar werkte hij in het bedrijf van zijn vader en als geen ander kan hij vertellen over het hele verwerkingsproces vanaf het rietsnijden in het “gors” tot aan de rietmat klaar voor het gebruik. Een klein gedeelte van het riet werd gesneden langs de oevers van Lek en IJssel; het meeste riet kwam uit de Biesbosch, de riet- streek bij uitstek. Het mooiste en langste riet heeft pluimen, het kortste riet is vaak pluimloos. Het drogen van het riet gebeurde aan de rivierkant, waarna het vroeger per schuit en later per auto naar de plaats van bewerking gebracht werd.

 

 

Toepassing rietmatten
Eeuwen geleden werden de dijken aan de onderkant, bij de rivierzijde, met rietmatten versterkt. Deze matten moesten elk jaar vernieuwd worden. In het najaar moesten zowel de rijs- als rietmatten van de “neervoet” van de dijk gehaald worden. Zo kon men voor het komende winterseizoen controleren of er geen zwakke plekken in de dijk waren die nodig hersteld moesten worden, ter beveiliging tegen overstromingen. In de 17e eeuw begon men hier en daar met het storten van steen, waarvoor dan de “misbaksels” van de steenovens langs de IJssel gebruikt werden. Pas in de 19e eeuw werd voor het versterken van de dijken basalt gebruikt en nog later betonblokken met asfalt. Dus waren er geen rietmatten meer nodig.
Rietmatten werden in de steenplaatsen gebruikt als bescherming tegen de zon om bij te snel drogen scheuring van de stenen te voorkomen, maar ook bij vorst deden de matten dienst tegen de weersinvloeden. In de glastuinbouw, waar men voorheen nog niet over verwarmde kassen beschikte, werd ook veel van rietmatten gebruik gemaakt. Verder zijn er, zij het tegenwoordig in mindere mate dan vroeger, de riet- matten die als tuinafscheidingen dienen.
In de jaren 1967/68 werd de laatste rietmattenfabriek vanuit de Stormpolder verhuisd naar Ouderkerk aan den Ijssel, niet meer als het bedrijf waar vader Leendert Boers eens mee begonnen was, maar als een steeds verder uitgroeiend tuincentrum, dat veel ruimte nodig heeft. Rietmatten maken is er niet meer bij, voor Cees Boers is dat een mooie jeugdherinnering geworden!

M. de Haij-de Visser